„ruw“: bijvoeglijk naamwoord ruw [ryˑŭ]bijvoeglijk naamwoord | Adjektiv adj Overview of all translations (For more details, click/tap on the translation) rau, roh, roh, grob, schroff, brutal rauook | auch a. Wetter ruw ruw roh ruw ruw roh, grob, schroff, brutal ruw figuurlijk | figurativ, in übertragenem Sinnfig ruw figuurlijk | figurativ, in übertragenem Sinnfig examples ruw materiaalonzijdig | Neutrum, sächlich n Rohmaterialonzijdig | Neutrum, sächlich n ruw materiaalonzijdig | Neutrum, sächlich n ruw geschat grob geschätzt ruw geschat